Zelfverdediging. Een recht dat soms bevochten moet worden.

Regelmatig worden in Nederland mensen gedagvaard omdat ze geweld tegen een ander hebben gebruikt. Ook regelmatig wordt dan het verweer gevoerd dat er sprake was van zelfverdediging. Vaak wordt dat verweer verworpen omdat er geen sprake zou zijn van noodweer. Van een noodweer-situatie is slechts sprake als iemand “een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding”. In zo’n situatie is de verdachte niet strafbaar. Of zo´n situatie zich voordoet levert veel discussies op! 

Noodzakelijke verdediging 

Er is geen sprake van een noodweersituatie als de verdachte een reële keuze had om zich aan de situatie te onttrekken. Iemand die wordt aangevallen heeft zo’n keuze niet altijd. Soms staat hij met zijn rug tegen de muur en is er geen ruimte om te ontkomen. Soms is er sprake van een situatie die zó bedreigend is voor hemzelf of voor anderen, dat vluchten geen reële optie is. Dit is het geval als zelfs een vlucht het gevaar niet zou wegnemen. Dan snapt ook de rechter dat een tegenaanval gekozen wordt. 

Culpa in Causa 

Een zelfverdedigingsverweer slaagt niet als iemand volgens de rechter zèlf de confrontatie heeft opgezocht en een gewelddadige reactie van het slachtoffer heeft uitgelokt. Dan wordt de uitlokker zelf verantwoordelijk gehouden voor de escalatie. Als een agressieve reactie van het latere slachtoffer weliswaar te verwachten viel, maar niet is uitgelokt, kan er echter nog steeds sprake zijn van zelfverdediging. 

Putatief noodweer 

Soms gebruikt iemand geweld omdat hij zich een dreigend gevaar heeft ingebeeld, terwijl er in werkelijkheid geen dreiging was. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als iemand in een dreigende situatie naar zijn broeksband grijpt, terwijl die persoon niet bewapend blijkt te zijn. Een ander kan daardoor wel dusdanig schrikken, dat hij geweld gebruikt, dat, zoals later zou blijken, onnodig is geweest. Als zo’n verweer op zitting wordt gevoerd, moet de rechtbank onderzoeken of de verdachte redelijkerwijs mocht denken dat er sprake was van een acuut gevaar. 

Proportionaliteit 

Als kan worden vastgesteld dat er sprake is van een situatie waarin iemand zich zelf moet verdedigen, betekent dit natuurlijk niet dat alles geoorloofd is. Het verdedigingsmiddel dient in redelijke verhouding te staan tot de ernst van de aanranding. Als een aanval bestaat uit een vuistslag is er geen begrip als er in reactie daarop een potentieel dodelijke steekwond wordt toegebracht. Eind november jl. heeft het Hof Den Bosch nog verdachten ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat er sprake was van noodweer. In die zaak was iemand doodgeschoten nadat er met messen en glas in de richting van de verdachte en zijn vrienden was gegooid. Volgens de rechter was er geen andere optie dan te schieten om de medeverdachte te verdedigen. 

Noodweerexces 

Soms wordt er meer geweld gebruikt dan noodzakelijk. Een dergelijke overschrijding is alleen verontschuldigbaar als de gedraging het onmiddellijke gevolg was van een hevige emotie die het gevolg was van de daaraan voorafgaande aanranding. De gevaarlijke noodweersituatie kan dan zelfs al beëindigd zijn. De wetgever toont hiermee begrip dat, in een gevaarlijke situatie, niet iedereen er in slaagt om het hoofd koel te houden. Uit paniek of door een opkomende boosheid kunnen de grenzen van de noodzakelijke verdediging worden overschreden. Dit was bijvoorbeeld het geval in een zaak die ik deze zomer heb behandeld. Hoewel het acute gevaar geweken was, is cliënt uit boosheid de belager achterna gegaan. Het geweld dat daarop volgde werd niet bestraft door de rechter. De rechter oordeelde dat deze actie een direct gevolg was van een hevige gemoedsbeweging (emotie) veroorzaakt door een onterechte aanval. Dit zijn uitzonderingen op de regel dat een burgers onderling geen geweld mogen toepassen. 

Actieve proceshouding 

Hoewel iemand altijd een zwijgrecht toekomt, is het in zelfverdedigingszaken vaak raadzaam zo vroeg mogelijk een verklaring af te leggen. Het komt de geloofwaardigheid van het verhaal ten goede. Als iemand pas na lange tijd zwijgen vertelt dat hij zo heeft gehandeld, omdat er sprake was van dreiging, kan de rechter dit verweer onaannemelijk achten. Het is dus van belang zo snel mogelijk na de aanhouding het verhaal te bespreken met een advocaat die verstand heeft van het onderwerp. 

Mr. D.M. Penn