Waarom Wilders te ver gegaan is

Zonder pluralisme, tolerantie en ruimdenkendheid is er geen democratie, aldus het Europees Hof van de Rechten van de Mens. In een democratische maatschappij behoren andersdenkenden samen te kunnen leven.

Dat betekent dat mensen ook de vrijheid moeten hebben om hun opvattingen uit te kunnen dragen, zonder de vrees daarvoor vervolgd te worden. Het betekent echter ook dat bijvoorbeeld andersdenkenden en minderheden het recht hebben om niet gediscrimineerd te worden. Deze rechten zijn twee kanten van dezelfde medaille. Iemand kan niet de lusten van de democratische samenleving willen hebben, zonder de lasten daarvan te aanvaarden.

De vraag hoe ver de vrijheid van meningsuiting reikt, laat zich niet in algemene zin beantwoorden. Het zal van het geval afhangen. Het EHRM ziet meer ruimte voor vrijheid van meningsuiting tijdens een debat (in de betekenis van een discussie tussen twee of meer deelnemers). Tijdens een verhit debat kunnen gemoederen hoog oplopen en daarnaast is er ruimte voor een weerwoord.

Eén van de redenen waarom Wilders recent is veroordeeld is dat de gewraakte uitlatingen over ‘ minder-Marokkanen’ niet zijn gedaan in een debatsituatie. De rechtbank zei daarover: “De uitlatingen zijn van tevoren besproken, er is gekozen voor een opruiende wijze van vraagstellen en er is voor gezorgd dat het publiek het juiste antwoord scandeerde”. Het waren dus geen spontane uitlatingen en er was geen ruimte voor een weerwoord, zoals bijvoorbeeld bij een televisiedebat. Daarom is door Wilders op 19 maart 2014 de grens van de vrijheid van meningsuiting overschreden en is hij veroordeeld voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie.  

De bewering van Wilders – via Twitter – dat met hem half Nederland is veroordeeld, is  onjuist. In een andere context zou een dergelijke mening wel mogen worden verkondigd. Wilders had er ook voor kunnen kiezen om zich te beperken tot een genuanceerd standpunt over ’criminele Marokkanen’, zoals in zijn verkiezingsprogramma, of het debat kunnen aangaan in de Tweede Kamer. Hij verkoos echter een scherpe toonzetting, buiten ieder debat om, voor de camera’s, voor maximaal effect en nieuwswaarde en overtrad daarmee de grens.  

Niemand, ook Wilders niet, mag zich koste wat kost verstoppen achter het recht van vrijheid van meningsuiting. De openbare orde in een democratische samenleving kan immers in het geding zijn. Art 137c en d Wetboek van Strafrecht, die groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie strafbaar stellen, staan dan ook opgenomen in de afdeling ‘Misdrijven tegen de openbare orde’. En de openbare orde wordt in zekere zin verstoord als in een televisietoespraak, die landelijk wordt uitgezonden, een minderheidsgroep in de Nederlandse samenleving apart en als inferieur wordt weggezet.

De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat Wilders de grenzen van meningsuiting heeft overtreden. Welke groep inwoners zou anders hierna aan de beurt kunnen zijn om in een toespraak van een politicus als minderwaardig te worden weggezet? Wilders zal zijn boodschap dienen te verkondigen zonder aan te zetten tot discriminatie.   

De geschiedenis heeft ons het belang van deze normering geleerd. De opmerking van Wilders via Twitter dat deze rechters aan de ‘verkeerde kant van de geschiedenis’ staan, is daarom zeer bedenkelijk.

mr. D.M. Penn