Cassatie in strafzaken 

Wanneer de verdachte of het openbaar ministerie het niet eens is met de uitspraak van het gerechtshof kan hij in de meeste gevallen cassatieberoep aantekenen tegen die uitspraak. De gronden waarop de Hoge Raad uitspraken van lagere rechters kan vernietigen zijn (kort gezegd) verzuim van vormen en schending van het recht. Zelfstandig onderzoek naar de feiten doet de Hoge Raad niet; hij gaat uit wat de lagere rechter daaromtrent heeft vastgesteld. Als cassatieberoep is aangetekend en de stukken van het geding door de griffie van de Hoge Raad zijn ontvangen wordt door de procureur-generaal aan de verdachte aangezegd dat de stukken bij de Hoge Raad zijn binnengekomen. De aanzegging wordt aan de verdachte betekend. Nadat de aanzegging aan de verdachte is betekend, heeft hij maximaal 60 dagen de tijd om door zijn raadsman een schriftuur, houdende zijn middelen van cassatie, te doen indienen. Om als middel van cassatie te kunnen gelden, dient de klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van vormen stellig en duidelijk geformuleerd te zijn. Nadat de Hoge Raad kennis heeft genomen van de standpunten van de verschillende procesdeelnemers, zal er uitspraak worden gedaan. Wanneer de Hoge Raad de bestreden uitspraak (partieel) heeft vernietigd, wordt de zaak zelf afgedaan of voor verdere afdoening terugverwezen naar de lagere rechtspraak.      

    

Heeft u hier mee te maken of heeft u vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op.