Schikkingen. Zal er in de toekomst vaker ´gedeald´ worden in het strafrecht?

In een juridische procedure kunnen partijen net zo lang procederen totdat de (hoogste) rechter een vonnis heeft gewezen. Dit heeft natuurlijk allerlei nadelen. Zolang een procedure loopt, blijven partijen lang in onzekerheid. En zelfs bij een uiteindelijke winst kan er sprake zijn van onomkeerbare schade, zoals verlies van relaties, werk of woning. In civiele procedures wordt er daarom vaak geschikt. Aangezien eindeloos procederen voor beide partijen schadelijk kan zijn, wordt er een afspraak gemaakt en doen beide partijen wat water bij de wijn. 

In strafzaken komen schikkingen ook voor. Vooral als het gaat om ontnemingszaken en witte boorden-criminaliteit. Zo gaan bedrijven of hun medewerkers, die bijvoorbeeld worden verdacht van omkoping, corruptie of witwassen een schikking aan met justitie, om eindeloos procederen te voorkomen. In het geval van een schikking wordt vaak een boetebedrag betaald om een einde te maken aan onzekerheid. Bedrijven zijn eerder geneigd tot schikken dan tot (lang) procederen, omdat onzekerheid op zichzelf zeer schadelijk is voor het bedrijf. 

Maar onzekerheid is ook schadelijk voor personen. Sinds kort gaan er nu geluiden op om in langslepende drugszaken eveneens schikkingsmogelijkheden te beproeven. Het gaat bijvoorbeeld om zaken waarin het bewijs is vergaard via het hacken van cryptotelefoons. Iedereen kent de Encrochat- of Sky- onderzoeken. In deze zaken wordt de handelwijze van het openbaar ministerie door de verdediging onder een vergrootglas gelegd. Deze zaken duren lang, omdat het OM voortdurend verantwoordelijkheid voor de hack ontkent en de verdediging steeds met nieuwe onderzoekswensen komt. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kan het ontcijferen van een stortvloed aan berichten niet- of nauwelijks aan. Steeds vaker wordt de voorlopige hechtenis van verdachten geschorst, omdat een datum van een inhoudelijke behandeling (nog steeds) niet in zicht is. 

Verschillende rechtbanken hebben daarom aan het openbaar ministerie en de verdediging/verdachte het voorstel gedaan om zelf maar een deal te sluiten omtrent de strafmaat. Vooral om de tijd van de procedure te verkorten. Maar misschien ook om andere achterstanden sneller weg te werken. Voor een verdachte zou een deal vooral interessant zijn, als de (cel)straf een stuk lager uitvalt, dan de rechter hem in het geval van een veroordeling naar verwachting zou opleggen. Opmerkelijk genoeg heeft het OM in die gevallen de suggestie van de rechtbanken niet direct afgewezen. Kennelijk bestaat er bij het OM ook onzekerheid over een goede uitkomst. Van de andere kant, de vervolging in andere zaken zal door de vele encro- en sky-zaken ook vast kunnen lopen. Dus het OM zal ook van de Encro-zaken af willen.

Het voordeel voor de verdachte zou kunnen zijn dat hij snel van de zaak af kan zijn, met bijvoorbeeld de – zonder in details te treden – erkenning van een lichter feit op de dagvaarding en met een straf waarmee hij zou kunnen leven. Maar er zijn ook nadelen. Het grootste nadeel is misschien wel dat onschuldige verdachten akkoord zouden kunnen gaan met een schikking ‘om er maar vanaf te zijn’. Ook al zou een latere vrijspraak een reële mogelijkheid zijn. Ook moet gewaakt worden voor oneigenlijk gebruik. Dat zou het geval kunnen zijn als het OM in bewijstechnisch zwakke zaken veel te zware feiten ten laste legt, om de schikkingsbereidheid bij de verdachte maar te vergroten. Ook kan de verdediging de schikkingsbereidheid bij het OM vergroten, door met een waslijst aan ingewikkelde onderzoekswensen te komen. 

Ander belangrijk nadeel is dat er geen jurisprudentie wordt gevormd. In de zaken waarbij versleutelde telefoons zijn gehackt, zou dat kunnen betekenen dat niet duidelijk zou worden of de hack nu wel of niet rechtmatig zou zijn. Van de andere kant, gelet op de hoeveelheid zaken zullen er genoeg verdachten zijn die tot de hoogste rechter willen procederen op dit punt. Nadeel is ook dat de rechtbank niet verplicht is de schikking tussen het OM en de verdachte te respecteren en een hogere straf kan opleggen dan in de deal is afgesproken. Alhoewel dat minder snel zal gebeuren in zaken waarbij de rechter zelf heeft opgeroepen om te schikken. 

Kortom, in langdurige procedures kan het zowel voor het OM als de verdachte zinvol zijn om in zijn eigen zaak te schikken. In de Verenigde Staten is dit zogenaamde ‘plea bargaining’ al zeer gebruikelijk. Maar gelet op het toenemende aantal langslepende procedures is de verwachting dat schikken ook in Nederland aan terrein zal winnen. Bij het bepalen van de strategie zullen de procespartijen deze mogelijkheid, maar ook de timing in de gaten moeten houden. Als een zaak door bepaalde ontwikkelingen plotseling een bepaalde kant op gaat, kan de eventuele schikkingsbereidheid bij de verdachte of het OM drastisch veranderen.

Mr. D.M. Penn