Ondanks geheel onvoorwaardelijke straf, toch zonder v.i.-voorwaarden vrij

Voor veel gedetineerden die een onvoorwaardelijke straf hebben gekregen is de komende voorwaardelijke invrijheidsstelling niet alleen maar een prettig vooruitzicht. Vaak worden er in voorwaarden allerlei beperkingen opgelegd en/of moet men zich de controle van de reclassering laten welgevallen. En als die voorwaarden zouden worden overtreden, wordt de herroeping van een vaak forse v.i.-periode geriskeerd. Dat geldt ook als iemand wordt veroordeeld voor een feit dat in de v.i. proeftijd zou zijn gepleegd. 

Toch is er soms een manier om onder de v.i.-voorwaarden en dus ook onder de eventuele herroeping van de v.i.-periode uit te komen. V.i.-voorwaarden kunnen namelijk alleen worden opgelegd als met de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf is begonnen. En met de tenuitvoerlegging kan alleen worden begonnen als de straf onherroepelijk is. Dat wil zeggen dat er geen hoger beroep of cassatieberoep meer mogelijk is. Maar in sommige gevallen wordt de fictieve v.i.-datum bereikt, terwijl de gedetineerde zich nog in voorlopige hechtenis bevindt. Dus als de straf nog niet onherroepelijk is. De fictieve v.i.-datum wordt immers berekend als iemand weliswaar door de rechtbank of het gerechtshof is veroordeeld, maar nog in afwachting is van hoger beroep of cassatie. 

De wet schrijft voor dat de rechtbank de voorlopige hechtenis moet opheffen als de fictieve v.i.- datum is bereikt. In veel gevallen is dit nadat twee-derde van de straf die door de rechtbank is opgelegd, is uitgezeten. Omdat het hoger beroep nog loopt, kunnen geen v.i.-voorwaarden worden opgelegd. Er is dan dus geen sprake van een voorwaardelijke invrijheidsstelling, er gelden geen voorwaarden en de straf kan niet worden herroepen. Dit kan veranderen als in het hoger beroep een hogere straf zou worden opgelegd. Maar als iemand bijvoorbeeld een dag na zijn invrijheidsstelling het hoger beroep zou intrekken, dan gelden geen v.i.-voorwaarden. 

Natuurlijk is het wel goed om hierbij oplettend te werk te gaan. Soms ziet het gerechtshof de naderende fictieve v.i.- datum over het hoofd en vergeet hij op te heffen. Dit zou weliswaar met een apart opheffingsverzoek kunnen worden hersteld, maar dan zijn er weer een week of twee voorbij. Ook dient er verweer te worden gevoerd als het gerechtshof dit gat in de wet probeert te vullen met het opleggen van schorsingsvoorwaarden, terwijl een opheffing op zijn plaats is. 

Ondanks waarschuwingen van o.a. het OM, voor deze leemte in de wet, waardoor gedetineerden de v.i. kunnen ‘ontlopen’, heeft de wetgever deze regeling ongewijzigd gelaten. Ook de nieuwe ‘wet straffen en beschermen’ brengt hier geen verandering in. Ook al komt een gedetineerde in de nieuwe wet niet meer van rechtswege in aanmerking voor v.i. In de nieuwe wetgeving kunnen v.i. voorwaarden immers ook alleen worden opgelegd als de strafzaak onherroepelijk is. Als de fictieve v.i. datum wordt bereikt, terwijl diegene zich nog in voorlopige hechtenis bevindt, is een opheffing aangewezen en behoren v.i. voorwaarden achterwege te blijven.

mr. D.M. Penn