Maastrichtse kantonrechter neemt geen genoegen met een standaardriedel

Al een aantal jaren toont de Maastrichtse kantonrechter mr. H. Staal zich kritisch over incassovorderingen die aan hem worden voorgelegd. Het gaat dan om vorderingen van schuldeisers als Vodafone en Ziggo die hun bulkzaken overdragen aan incassobureaus.

Die bureaus laten volgens mr. Staal nogal wat steken vallen. Op 1 oktober 2014 kreeg Intrum Justitia zodoende – alweer– nul op het rekest.

Al twee maal eerder werd op het lokale nieuwsmedium www.maastrichtdichtbij.nl geschreven over de werkwijze van repeat players bij het incasseren van openstaande vorderingen. In 2012 ging kabelaar Ziggo voor de bijl; het had een klant met een standaardverhaal laten dagvaarden om voor de kantonrechter te verschijnen. De kantonrechter – mr. Staal – wil echter maatwerk zien, ook al is dat misschien wat duurder voor de eisende partij.

In de dagvaarding moet duidelijk vermeld worden hoe de vordering is opgebouwd en op welke rechtsverhouding deze is gebaseerd, zo zegt de wet. De bewijsstukken moeten met de dagvaarding worden meegestuurd, zodat de klant zich daartegen kan verweren. Mr. Staal was allesbehalve tevreden over wat Ziggo naar voren bracht:

“Ziggo noemt een geldbedrag en duidt dat aan als ‘abonnementsgelden en gebruikskosten’. Het bedrijf refereert vaag aan een opdracht waarvoor de specificatie gevonden zou moeten worden in de facturen die echter ontbreken bij de stukken. Ziggo volstaat met vage algemeenheden die net zo goed betrekking kunnen hebben op een andere klant. Ziggo biedt in het geheel geen enkel bewijs aan”.

De vordering werd door mr. Staal afgewezen, en Ziggo moest zelfs een kostenvergoeding aan de klant betalen. Desgevraagd liet ik over deze zaak aan Maastricht Dichtbij weten:

“Van het vonnis druipt het cynisme over dit soort incassopraktijken af. Ziggo en andere schuldeisers hoeven bij hem niet te verwachten dat ze er nog langer gemakkelijk vanaf komen. Deze kantonrechter streeft naar een eerlijk proces en verlangt dus – terecht – maatwerk”.

Je zou misschien verwachten dat dit een leermoment was. Daar bleek nog niets van toen Intrum Justitia zich in 2013 tot de Maastrichtse kantonrechter wendde voor een vordering die door Vodafone zou zijn overgedragen. Maar aan het overdragen van vorderingen, waardoor de nieuwe ‘eigenaar’ uit eigen naam kan incasseren, zijn enkele formaliteiten verbonden. Daar moet niet alleen aan voldaan zijn (omdat anders de overname helemaal niet tot stand komt), de overdracht moet ook blijken uit de dagvaarding en de bijbehorende stukken. Intrum Justitia had dat niet gedaan en kreeg daar van mr. Staal ook geen gelegenheid meer voor. Een eerlijk proces vereist nu eenmaal dat partijen hun kruit niet droog houden maar alles wat relevant is in één keer aan de rechter voorleggen. De zaak werd niet eens op zitting behandeld; de vordering werd zonder meer afgewezen.

In 2014 probeerde Intrum Justitia het opnieuw. Het incassobureau presenteerde een telefoniecontract en stelde dat Vodafone de vordering op de klant had overgedragen. Wat de klant op grond van het contract eerst aan Vodafone verschuldigd was, moest nu dus aan Intrum worden betaald, althans zo meende Intrum. Maar – zoals in 2013 dus ook al door mr. Staal was geoordeeld – moet in de dagvaarding duidelijk worden gemaakt en met stukken onderbouwd hoe die overdracht tot stand is gekomen. De kantonrechter vlooide de dagvaarding helemaal na en schreef in zijn vonnis onder meer het volgende (de onderstrepingen zijn van mij, IB):

“Uit het opvallend slordig en gebrekkig verwoorde betoog van Intrum bij exploot van dagvaarding kan allerminst afgeleid worden dat Intrum thans eigen rechten van welke aard en omvang dan ook tegen [gedaagde] geldend kan maken”.

en:

“Een tweede procesronde al Intrum als’repeatplayer’ in een geval als dit niet gegund worden omdat deze een pure verspilling van tijd, energie en kosten zou betekenen”.

Ook deze vordering van Intrum werd door mr. Staal afgewezen, en Intrum moest een bedrag voor het salaris van de advocaat van de klant betalen.

Intrum Justitia en andere repeatplayers, die duizenden vorderingen per jaar aan rechters voorleggen, zijn kennelijk hardleers. In vroeger tijden zou men zeggen dat dat het gevolg is van winstbejag. Maatwerk is kostbaar. Hoe minder kosten aan het schrijven van de dagvaarding er wordt gemaakt, hoe meer winst. Vaak genoeg kwamen ze er mee weg; dat er eens een keer een procedure spaak loopt, wordt altijd al op de ‘koop’ toe genomen. Maar in deze tijden, waarin particulieren en bedrijven minder goed betalen en het rendement van incassobureaus onder druk staat, wordt natuurlijk nóg meer op de kosten gelet. En dat is niet goed voor de eerlijke procesvoering waar kantonrechter Staal zo op hamert.

Wat geen van de betrokken lijkt te deren, is de reputatie van zowel de oorspronkelijke schuldeiser (Vodafone, Ziggo) als van de ‘koper’ van diens vorderingen (Intrum Justitia). Bedrijven met clientèle in eigen stad of streek kijken er wel voor uit om of vergelijkbare wijze af te gaan. Zij zorgen voor een incassopartner die wèl voldoende aandacht aan hun vordering schenkt, zoals een advocaat die het klappen van de zweep kent. En dat zal des te meer gelden voor de ondernemers uit de Limburg die weten dat de Maastrichtse kantonrechter de onderbouwing van hun incassovorderingen uitermate serieus zal bekijken.

mr. I. Bakker