Levenslang gestraft en toch beginnen met resocialiseren?

In Nederland zitten ongeveer veertig personen een levenslange straf uit. Volgens staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven is levenslang daadwerkelijk levenslang.

Dat zou betekenen dat er op dit moment in Nederland voor deze groep vrijwel geen uitzicht bestaat op een terugkeer in de samenleving. Volgens de staatssecretaris hoeven zij dus niet in aanmerking te komen voor activiteiten die gericht zijn op re-integratie in de samenleving.

Je zou dan verwachten dat een levenslang gestrafte niet wordt verplicht om deel te nemen aan de arbeid die in de gevangenis wordt aangeboden. Arbeid is immers voornamelijk bedoeld als voorbereiding op de terugkeer in de samenleving. Tóch werd mijn cliënt, die een levenslange straf uitzit, tot driemaal toe disciplinair gestraft omdat hij weigerde deel te nemen aan de arbeid. Zo kan je toch spreken van een sterk staaltje ongeoorloofde dwangarbeid. Uiteindelijk gaf de beroepscommissie (RSJ ) mijn cliënt vorige maand gelijk in een belangrijke uitspraak. Levenslang gestraften mogen nu niet meer worden verplicht om deel te nemen aan de beschikbare arbeid.

Toch is deze uitspraak maar een schrale troost voor de levenslang gestrafte. Uitzicht op vrijheid is natuurlijk veel belangrijker dan te worden vrijgesteld van een arbeidsverplichting. Daarom is het zeer interessant wat de RSJ in dezelfde uitspraak heeft overwogen: “anders dan de bewindslieden is de beroepscommissie van oordeel dat voorbereiding op de terugkeer in de maatschappij als uitgangspunt dient te blijven gelden voor alle gedetineerden. Zij neemt in deze zaak uitdrukkelijk afstand van het standpunt van de staatssecretaris ten aanzien van levenslanggestraften. Dit gaat voorbij aan het ook in de Europese rechtspraak benadrukte belang dat een gedetineerde altijd perspectief dient te worden geboden op in vrijheidsstelling.”.

Dit geeft hoop aan de levenslang gestraften. Als een belangrijke instantie als de RSJ benadrukt dat de huidige wetgeving strijdig is met de Europese rechtspraak, dan zou er iets in beweging kunnen gaan komen. Het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft vorig jaar uitgemaakt dat een levenslange gevangenisstraf zonder perspectief op vrijheid is aan te merken als een inhumane en vernederende behandeling van gedetineerden. Nederland is één van de weinige landen in Europa die nog een levenslange straf zonder tussentijdse toetsing kennen.

Het wordt dus hoog tijd voor de invoering van een periodiek toetsingsmoment waarbij de levenslang gestrafte een toetsingscommissie kan overtuigen dat hij geen gevaar (meer) vormt voor de samenleving en voortzetting van de straf onnodig is, althans geen redelijk doel meer dient. Met zo’n toetsingsmoment heeft het ook echt zin voor levenslang gestraften om deel te nemen aan activiteiten die gericht zijn op re-integratie in de samenleving, zoals de arbeid. Hoe meer hij geresocialiseerd is, hoe groter de kans wordt, dat voortduring van de levenslange straf onnodig wordt geacht en hij in vrijheid wordt gesteld.

De wetgever zou met de invoering van zo’n toetsingsmoment twee vliegen in één klap slaan. Met deze toetsing voldoet Nederland weer aan de eisen die het mensenrechtenverdrag stelt. Bovendien wordt recht gedaan aan de Nederlandse Penitentiaire Beginselenwet die resocialisatie als belangrijkste doelstelling van de detentie omschrijft. Zolang de wet niet gewijzigd is, lijkt een procedure in kort geding de aangewezen weg om een einde te maken aan onrechtmatig overheidshandelen. Want daarvan is dus sprake, als levenslang gestraften geen uitzicht op vrijheid wordt geboden.

mr. D.M. Penn