Kwijtschelding of vermindering van een ontnemingsmaatregel? 

De ontnemingsvordering vloeit voort uit de Plukze-wetgeving. Op vordering van het openbaar ministerie kan de rechter aan een veroordeelde een verplichting opleggen om een geldbedrag te betalen aan de Staat, ter ontneming van het wederrechtelijk (lees: illegaal) verkregen voordeel. Alhoewel de staat hier lijkt te profiteren van criminele opbrengsten, is de bedoeling van het artikel dat misdaad niet mag lonen. 

Het OM start vaak erg vroeg met een ontnemingsprocedure

In de praktijk wacht het openbaar ministerie (verder: het OM) maar zelden totdat iemand onherroepelijk veroordeeld is. Vaak start het OM een ontnemingsprocedure als een veroordeling nog niet definitief is. Soms wordt de vordering tegelijkertijd met de hoofdzaak bij de rechtbank behandeld. In andere gevallen wordt de ontnemingsprocedure gestart als iemand nog in hoger beroep is tegen de veroordeling door de rechtbank in de hoofdzaak. 

Hoe verweer je je tegen een ontnemingsvordering, als de hoofdzaak nog loopt?

Dit brengt voor de verdachte een complicatie met zich mee. Het ligt immers niet voor de hand dat een verdachte die in hoofdzaak ontkent of zwijgt, in de ontnemingsprocedure een uitvoerige verklaring zal afleggen over de opbrengsten, kosten en verdeling van de buit. Vaak is te zien dat als in de hoofdzaak een ontkennende houding wordt aangenomen, dit in de lopende ontnemingsprocedure ook het geval is. Dit geldt vaak ook voor te horen medeverdachten. Ook als hun strafzaak nog loopt, kunnen zij zich op hun zwijg- of verschoningsrecht beroepen. Verweren ten aanzien van de opbrengst, kosten en verdeling, blijven hierdoor vaak ongebruikt liggen. De ontnemingsvordering kan dan alleen in algemene zin worden bestreden. Bijvoorbeeld door te stellen dat berekeningsmethoden niet kloppen. 

Een nadeel van een ontkennende/zwijgende proceshouding is dus dat een gemotiveerd verweer over de opbrengsten, kosten en verdeling moeilijk te geven is. Dit leidt ertoe dat veroordeelden geregeld tot een betaling van een hoger bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel worden verplicht, dan dat zij in werkelijkheid hebben genoten. 

Is er nog hoop na een onherroepelijke beslissing tot betaling aan de Staat?

Ja, er is nog hoop. De wet biedt namelijk de mogelijkheid dat de rechter op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde, de opgelegde verplichting tot betaling van een geldbedrag (de ontnemingsmaatregel) kan verminderen of kwijtschelden. Dit verzoek dient wel te worden gedaan binnen drie jaar nadat het bedrag, of het laatste gedeelte daarvan is betaald of verhaald.

Wat zijn de criteria voor kwijtschelding of vermindering van de toegewezen ontnemingsvordering?

  1. Er dienen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren te worden gebracht. Dus geen feiten of omstandigheden die de ontnemingsrechter al bekend waren ten tijde van de beslissing. Bovendien dienen ze van voldoende gewicht te zijn om aan te nemen dat deze feiten en omstandigheden tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Dit criterium is enigszins vergelijkbaar met de criteria in een gratie- of herzieningsprocedure. 
  2. Maar ook als de hoogte van het vastgestelde bedrag niet wordt aangevochten, kan om vermindering of kwijtschelding worden gevraagd. In het bijzonder wordt hier gedoeld op gevallen waarbij de draagkracht aantoonbaar ontoereikend zal blijken te zijn. Het maakt hierbij niet uit als ook in de ontnemingsprocedure een beroep op een beperkte draagkracht is gedaan. Tenzij er uitsluitend een beroep wordt gedaan op feiten en omstandigheden die de ontnemingsrechter reeds in zijn oordeel heeft betrokken. 
  3. Een raadkamerprocedure waarin om kwijtschelding of vermindering wordt gevraagd, is niet toegesneden op een omvangrijk en diepgaand feitenonderzoek. Het ligt dan ook op de weg van de verzoeker om zijn schriftelijke en gemotiveerde verzoek aan de hand van verifieerbare gegevens aannemelijk te maken, dat er sprake is van feiten en omstandigheden die dienen te leiden tot vermindering of kwijtschelding van de betalingsverplichting. 

Uit het voorgaande blijkt dat een onherroepelijke beslissing tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel in bepaalde gevallen kan worden teruggedraaid. Toch ligt de lat een stuk hoger dan in een normale ontnemingsprocedure. 

Kan de ontnemingsvordering niet wachten totdat iemand onherroepelijk is veroordeeld?

Het zou het OM sieren als het wacht met het indienen van een ontnemingsvordering totdat een verdachte onherroepelijk is veroordeeld. Pas dan kan een veroordeelde zich adequaat verweren tegen de berekeningen van het openbaar ministerie, zonder te hoeven vrezen dat zijn mededelingen tegen hem worden gebruikt in de hoofdzaak. Hoewel eerlijker, zal dat veel extra tijd kosten. De verwachting is dat het OM zal blijven proberen om de ontnemingsvordering zo vroeg mogelijk in te dienen. Met alle processuele nadelen voor de verdachte van dien. 

Mr. D.M. Penn