Hoe de stijging van verzekeringsfraude een probleem kan worden van bona fide verzekerden.

Fraude kan het vertrouwen van burgers en bedrijven in ons economisch systeem aantasten en daarmee de belastingmoraal en de solidariteit ondermijnen.

Dit kan weer tot gevolg hebben dat die zelfde burgers en bedrijven eerder geneigd zijn om uit eigen gewin de regels te overtreden. De ander doet het immers ook en de pakkans is kennelijk klein. Zeker in crisistijd moet de overheid dus wel prioriteit geven aan fraudebestrijding.

Niettemin werd de overheid in 2013 nog voor een minimumbedrag van € 7,3 miljard benadeeld. Zo blijkt uit een rapport van het advieskantoor PricewaterhouseCoopers. Belastingfraude spant daarbij in dat jaar de kroon met een geschatte omvang van ruim € 4,2 miljard. Daartegen afgezet is de ‘grootschalige’ toeslagenfraude door de Bulgaren: € 95 miljoen in acht jaar tijd, zeer betrekkelijk.

De verzekeringsmaatschappijen zijn na de overheid financieel bezien het grootste slachtoffer van fraude. In 2013 zouden zij in Nederland voor minimaal € 900 miljoen zijn benadeeld. De verzekeraars zijn ook daardoor achterdochtig bij de beoordeling van claims en laten deze steeds vaker onderzoeken door –externe- onderzoeksbureaus. Ook de mensen die daadwerkelijk schade hebben geleden kunnen daardoor niet meer automatisch verzekerd zijn van een uitkering.

Het zijn immers vaak de mensen die denken niets te verbergen hebben, die onzorgvuldig kunnen zijn bij invullen van de formulieren of het geven van antwoorden. Eén geconstateerde tegenstrijdigheid in de verklaring zelf of met die van een familielid of collega, kan echter al reden zijn voor de verzekeringsmaatschappij om de uitkering te weigeren en de polis te beëindigen.

Daarom is het bij het indienen van een claim altijd goed om heel zorgvuldig te werk te gaan. Als de claim nader onderzocht dreigt te worden, is het altijd goed advies in te winnen over de ondervragingstechnieken en de strikvragen van de onderzoekers. Misschien wel juist als u niets te verbergen heeft!

mr. D.M. Penn