Herziening: een recht dat gehaald moet worden
Kingfisher

Aan een onherroepelijke veroordeling is in beginsel niets meer te doen. De wetgever heeft veroordeelden niet willen aanmoedigen om een beschuldiging/veroordeling tot in het oneindige te blijven aanvechten. ‘Het houdt ergens op’, is de gedachte. Veroordeelden en/of benadeelden zouden op een gegeven moment het meest gebaat zijn bij een acceptatie van de uitspraak.

Toch kan in uitzonderlijke gevallen een onherroepelijke veroordelende uitspraak van de Nederlandse strafrechter worden heropend en opnieuw door een Gerechtshof worden behandeld. Dit wordt een herziening genoemd. De lat voor een herziening ligt erg hoog. In geen geval mag het worden gezien als een verkapt hoger beroep. In de volgende situaties kan er tot een herziening worden overgegaan: 

  • Tegenstrijdige rechtspraak, waarbij het dient te gaan om een conflict tussen twee onherroepelijke Nederlandse strafvonnissen of arresten;
  • Een geslaagde klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;
  • Een nieuwe omstandigheid die ten tijde van uw proces nog niet bekend was. Ook wel een ‘novum’ genoemd. 

De eerste twee situaties zien op ontwikkelingen in de rechtspraak. De derde situatie doet zich voor indien een nieuw feit of omstandigheid, oftewel een ‘novum’ aan het licht komt. Er is sprake van een   ‘novum’, als er door nieuwe gegevens grote twijfel is komen te bestaan of de rechter tot hetzelfde oordeel zou zijn gekomen als deze gegevens tijdens het proces ook bekend waren geweest. Gedacht kan worden aan nieuw DNA-onderzoek, nieuwe inzichten van een deskundige of een nieuwe onderzoeksmethode. De nieuwe omstandigheid zal vervolgens moeten worden bezien in het geheel van de bewijsconstructie. Als het slechts een ondergeschikt onderdeel daarvan betreft, zal van een novum geen sprake kunnen zijn. Wel kan van een novum sprake zijn als de nieuwe omstandigheid de kern van de bewijsconstructie raakt. 

Om een herzieningsverzoek of een nieuw deskundigenonderzoek goed te onderbouwen is een zeer goede bestudering van het dossier noodzakelijk. In de praktijk komt het echter wel eens voor dat het strafdossier niet meer is bewaard. Uw advocaat is verplicht uw dossier vijf jaar te bewaren, maar mag het daarna vernietigen. Nadat uw zaak onherroepelijk is geworden heeft u geen wettelijk recht meer om een kopie van uw dossier te ontvangen van het Openbaar Ministerie. 

Toch kan het Openbaar Ministerie ertoe worden gedwongen –desnoods in kort geding- om inzage te geven in het dossier. Om een succesvol verzoek tot inzage te kunnen doen, dient te worden aangetoond dat er een ‘redelijke mate van aannemelijkheid is dat het voorgestelde onderzoek zal kunnen leiden tot een novum waardoor de onherroepelijke veroordeling niet in stand kan blijven’.Ook dit is een streng criterium. Hier zult u geen last van hebben als uw advocaat het dossier (digitaal) heeft opgeslagen of als u zelf een kopie van het gehele dossier heeft bewaard. Maar ook als het dossier niet door u of uw advocaat is opgeslagen, hoeft u zich dus niet te laten ontmoedigen om de mogelijkheden van een herziening te laten onderzoeken. Het kan de moeite waard zijn. Rechterlijke dwalingen komen helaas nog steeds voor. 

Mr. M.F.M. Ortner

Penn Advocaten