De impact van Covid-19 op de (internationale)criminaliteit.

Deze keer geen juridisch thema, maar een meer maatschappelijk onderwerp. Dit naar aanleiding van het rapport van Interpol d.d. 12 april jl. (“a corrupting influence: the infiltration and ondermining of Europe’s economy and society by organised crime”), waarin onder andere de effecten van de Covid-19 (corona)pandemie voor de internationale criminaliteit worden beschreven. Uit het rapport blijkt duidelijk dat de (georganiseerde)misdaad bepaald niet in een ‘lockdown’ heeft gezeten. De criminaliteit blijkt zich snel te hebben aangepast aan de nieuwe omstandigheden.

Door de coronamaatregelen zijn het aantal woninginbraken om duidelijke redenen drastisch gedaald. De vraag naar drugs daarentegen, zou wisselend zijn geweest tijdens de pandemie, wat tot uitdrukking zou zijn gekomen in de prijs, maar de handel is niet tot stilstand gekomen. Al zou vanwege de lege luchthavens minder via het vliegtuig zijn gesmokkeld, maar des te meer via de post. Door de enorme toename in de verzending van postpakketten is controle op contrabande aanmerkelijk bemoeilijkt.

Het springt in het oog hoe snel er door criminelen is ingespeeld op de paniekerigheid die er toch heerste onder veel mensen en instanties aan het begin van de pandemie. Zo hebben beleidsbepalers in ziekenhuizen en klinieken zich meermaals laten verleiden tot het halsoverkop aankopen van -naar later bleek- niet werkende zelftesten, waardeloze handgels en onveilige mondkapjes. Door de schaarste van beschermende producten en vanuit de angst achter het net te vissen, is er bij de aankoop onvoldoende onderzoek naar de materialen gedaan. Dit heeft deze instellingen een hoop geld gekost.

Ook blijkt er sprake te zijn van een enorme toename van inbreuken op merkenrecht. Online zou veel meer nagemaakte ‘merk’-kleding te koop zijn aangeboden. Mondkapjes trouwens ook, met nagemaakte logo’s.

De coronacrisis is gepaard gegaan met een economische crisis, ook in Europees verband, wat ook weer heeft geleid tot een toename van bepaalde vormen van criminaliteit. Ondernemers in financiële moeilijkheden werden vaker afhankelijk van criminele geldschieters of ze zouden in voorkomende gevallen zijn uitgekocht, waarna hun bedrijf zou zijn misbruikt voor criminele doeleinden. De financiële zorgen van veel sportclubs in de lagere regionen van het voetbal, maakt hen kwetsbaarder voor matchfixers. De bedragen waarmee wordt gespeculeerd worden steeds hoger.

Bedrijven, al dan niet in financiële moeilijkheden, die willen besparen op de kosten van afvalverwerking lijken tijdens de crisis eerder geneigd te zijn tot het illegaal dumpen van afval. Dit, mede ingegeven door een verminderd aantal inspecties en controles. Ook kon er met de pandemie gepaard gaande financiële crisis gemakkelijker geld witgewassen worden. De prestatiedruk bij banken in crisistijd gaat niet zelden ten koste van toezicht op (dubieuze) transacties. Daarbij zijn witwasnetwerken tegenwoordig verregaand geprofessionaliseerd.

Cybercrime zou ook een opmerkelijke vlucht hebben genomen. Niet alleen door online-oplichterij, maar ook door de toegenomen kwetsbaarheid van bedrijven en personen voor cyberaanvallen. Met name doordat veel personen tegenwoordig via een telecommunicatieverbinding online contact maken met collega’s of (zaken)partners.

Uit het voorgaande kan opnieuw worden opgemaakt dat de criminaliteit zich vaak sneller aan veranderingen weet aan te passen, dan politie en justitie. Ook omdat de financiële belangen inmiddels gigantisch zijn geworden.Die belangen leiden ook weer tot zorgen bij o.a. Interpol over de toegenomen verwevenheid tussen de onder-en bovenwereld. En zo wordt het kat- en muisspel vervolgd. Maar dan hopelijk binnenkort in een wereld waarin Covid-19 goed beheersbaar is geworden.

mr. D.M. Penn