De ene deskundige is de andere niet

Op 11 mei 2022 werd de zaak ‘de Pettense campingmoord’ opnieuw behandeld door het Hof. Opnieuw, want er was al sinds 1995 een onherroepelijke veroordeling wegens doodslag. De bewezenverklaring was echter vrijwel uitsluitend aangenomen op grond van de bekennende verklaringen van de verdachte. Nieuw deskundigenonderzoek heeft echter uitgewezen dat er ernstige twijfel bestaat over de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van deze bekentenissen. Dusdanige twijfel, dat de Hoge Raad naar aanleiding van het ingediende herzieningsverzoek heeft geoordeeld dat de zaak opnieuw moest worden berecht. Als het Hof destijds met de bevindingen in dit nieuwe onderzoek bekend was geweest, zou het Hof namelijk (hoogstwaarschijnlijk) hebben vrijgesproken. 

Rechterlijke dwalingen

Vrijspraken na een geslaagd herzieningsverzoek staan ook wel bekend als ‘rechterlijke dwalingen’. Niet helemaal terecht, want de rechter gaat nu eenmaal af op de kennis en kunde die opdat moment voorhanden is, of liever gezegd: de informatie die wordt aangedragen door de verdediging of het openbaar ministerie. Het kan dus best zijn dat er een veroordeling wordt uitgesproken op basis van belastende deskundigenrapportages, terwijl collega-deskundigen hier heel anders over zouden hebben gedacht, als naar hun mening was gevraagd. Ook zijn deskundigen lang niet altijd even deskundig op bepaalde specifieke onderdelen. Of wetenschappelijke en technologische vooruitgang leiden tot nieuwe inzichten, waardoor een deskundigenoordeel – en daarmee de uiteindelijke uitspraak- niet in stand kan blijven. 

Beoordeling en registratie van deskundigen in het NRGD

Omdat er verschillend gedacht wordt over de vraag of iemand als deskundige kan worden aangemerkt is het College gerechtelijk deskundigen in het leven geroepen. Deze stelt zich ten doel de kwaliteit van deskundigen te bevorderen, te registreren en openbaar te maken. Omdat de realiteit, o.a. vanwege technische ontwikkelingen, steeds ingewikkelder wordt, komen er steeds meer deskundigengebieden bij. Nu al kan worden gedacht aan: DNA- en handschriftdeskundigen, deskundigen op het gebied van bijvoorbeeld het productieproces bij het vervaardigen van verdovende middelen, forensisch Wapen- en munitieonderzoek, digital forensics, (software-, database-, multimedia en device-forensics). En natuurlijk psychologisch, psychiatrisch en forensisch medische deskundigen. Als door de overheid wordt gerapporteerd is het de moeite waard eerst het register te raadplegen. Mogelijk heeft de betreffende rapporteur niet de aangewezen expertise om als deskundige te worden aangemerkt. 

Contra-onderzoek 

Als er door het OM een belastend deskundigenoordeel wordt ingebracht in de procedure, hoeft hier door de verdachte c.q. de verdediging geen genoegen mee genomen te worden. Hij heeft het recht om zelf tegenonderzoek (contra-expertise) te laten uitvoeren. De kosten daarvoor kunnen worden verhaald op de Staat als het belang van het tegenonderzoek in de strafzaak is gebleken. Daarvoor hoeft niet het hele strafproces te worden afgewacht. Voordeel is dat zelf kan worden gekozen of een rapport in de procedure wordt ingebracht. Nadeel is dat het onderzoek wel door de verdachte vooruit dient te worden betaald. 

Een andere mogelijkheid is om de rechter te vragen om tegenonderzoek te laten uitvoeren. Dit wordt niet zomaar toegewezen. Bij de beoordeling van een verzoek om een tegenonderzoek is volgens de Hoge Raad onder meer van belang (a) op welke gronden het verzoek steunt, (b) welk belang de verdediging bij tegenonderzoek heeft in het licht van bijvoorbeeld het overige bewijsmateriaal c.q. de bewijskracht van het bestreden onderzoeksresultaat (c)of tegenonderzoek nog verricht kan worden en (d) of de verdediging het verzoek eerder had kunnen doen.[1]

Een alerte en pro-actieve verdediging

Redelijke, deugdelijk gemotiveerde verzoeken dienen dus in beginsel toegewezen te worden toegewezen. Dit kan anders zijn als hier na een belastend onderzoek te lang mee wordt gewacht of als bijvoorbeeld bepaalde sporen al vernietigd zijn. De verdediging dient hier dus alert te zijn. En niet alleen als het gaat om het tijdig laten uit voeren van tegenonderzoek. De verdediging kan ook pro-actief vragen om bepaald onderzoek te laten verrichten. Met de uitbreiding van het deskundigenregister worden ook de mogelijkheden voor de verdachte uitgebreid om pro-actief de verdenking aan te vechten. Een deskundigenrapport kan immers ook aantonen dat een bepaalde beschuldiging van het OM niet kán kloppen. 

Een zo goed mogelijk onderbouwd tegenonderzoeksrapport

De rechter is niet gehouden om meer gewicht toe te kennen aan de resultaten uit het contra-onderzoek, dan aan het eerste onderzoek. Als deskundigenrapporten elkaar tegenspreken zal de verdediging dienen te beargumenteren waarom de ene conclusie gevolgd dient te worden en de ander niet. Waar mogelijk zal de verdediging erop moeten toezien dat het rapport dat ten gunste van de verdachte is uitgevoerd, zo goed mogelijk wordt onderbouwd. Dit vergroot de kans dat die conclusie door de rechter wordt gevolgd. En niet jaren later, de uitkomst van een eventuele herzieningsprocedure hoeft te worden afgewacht. 

Mr. D.M. Penn


[1] ECLI:NL:HR:2018:115